Peg and Awl

Het lied “Peg and Awl” van The Carolina Tar Heels werd op 14 oktober 1928 in Atlanta, Georgia opgenomen voor het Victor label. De plaat werd enkele maanden later, januari 1929, uitgebracht. Het is een cover van een lied met dezelfde titel welke een paar jaar daarvoor uitgebracht was door de Amerikaanse country zanger Kelly Harrell. Het is een klassiek volksliedje over de industriële automatisering en de werkloosheid als gevolg daarvan. Het vertelt het verhaal van een traditionele schoenmaker die door de komst van een schoenenmachine zijn baan verliest. De cover van de Carolina Tar Heels zou beroemder worden dan het origineel.

Carolina Tar Heels – Peg And Awl
Klik op deze link om het lied te beluisteren

Het refrein heeft betrekking op twee belangrijke gereedschappen van de traditionele ambachtsschoenmaker: de pinnetjes of houten spijkers (pegs) en een priem (awl). Met de priem werden gaten in het leer geprikt wat een zwaar werk was, want dat leer was taai en hard. De houten pinnen werden met behulp van een hamertje in de zool getikt. Men gebruikte houten pinnen omdat die niet konden roesten.

bovenstaande 2 foto’s: een traditionele schoenmaker met op de bovenste foto het intikken van de “pegs” en op de onderste foto het steken met de “awl”.

De zanger van dit lied, de schoenmaker, vertelt dat hij jaar in jaar uit hetzelfde saaie, zware werk moet doen (Pegging shoes is all I do). Hij is het eigenlijk beu want hij zou zijn gereedschap wel weg willen gooien (Throw away my pegs, my awl).

Op een gegeven moment is er een innovatie: er is een machine uitgevonden (they’ve invented a new machine) die automatisch schoenen maakt. Een beetje sarcatisch reageert hij met de woorden “het mooiste ding dat je ooit hebt gezien” (Prettiest little thing you ever seen) want die machine “maakt 100 paar tegen mijn ene” (Make one hundred pair to my one). Uiteindelijk zorgt de machine ervoor dat de schoenmaker zijn gereedschap maar weggooit want zo “is het niet leuk meer” (Pegging shoes it ain’t no fun). Het lied is een melancholische blik op een van de verliezers van de industriële revolutie.
Later werd het lied beroemd want het stond op de beroemde verzameling Anthology of American Folk Music, waar ik eerder over schreef.

The Carolina Tarheels

The Carolina Tar Heels was een invloedrijke Amerikaanse stringband die voornamelijk aan het eind van de jaren 1920 en vroege jaren 1930 actief was. Ze behoorden tot de pioniers van de vroege country- en folkmuziek. Hun unieke geluid legde mede de basis voor de latere bluegrass muziek.

De band werd in 1927 ontdekt door de legendarische talentscout Ralph Peer van het platenlabel Victor Records. Hij bedacht ook hun naam. De naam “Tar Heel” is de officiële bijnaam voor een inwoner van de staat North Carolina. Oorspronkelijk werd het als belediging naar hen bedoeld maar later werd het de geuzennaam van de bewoners van North Carolina.

De kern van de groep bestond uit:

Dock Walsh: De oprichter, zanger en banjospeler. Hij noemde zichzelf de “Banjo King of the Carolinas” en was bekend om zijn vernieuwende techniek waarbij hij met drie vingers speelde.

Clarence “Tom” Ashley: Een gerespecteerde gitarist en zanger die zich in 1928 bij de groep voegde. Hij was de leadzanger van “Peg and Awl”.

Gwen Foster & Garley Foster: Twee virtuoze mondharmonicaspelers die elkaar in de loop der jaren afwisselden (ondanks dezelfde achternaam waren zij geen familie). Bij de opname van Peg and Awl was het Garley die gitaar en harmonica speelde.

Wat de band destijds heel ongebruikelijk maakte, was dat ze geen Amerikaanse viool (fiddle) gebruikten. In die tijd was de viool hét leidende instrument in bijna elke traditionele stringband. De Carolina Tar Heels vertrouwden in plaats daarvan volledig op de dynamiek tussen de banjo, de gitaar en de mondharmonica.

Succes en de Grote Depressie

Tussen 1927 en 1932 nam de band meer dan 40 nummers op voor Victor Records. Ze scoorden regionale hits met nummers zoals “Peg and Awl”, “Drunk Man Blues” en “My Sweet Farm Girl”. Als gevolg van de grote depressie van 1929 stortte aan het begin van de jaren 30 de platenverkoop in. Omstreeks 1932 besloot de band te stoppen. De muzikanten keerden terug naar het werk dat ze voorheen deden.

The Carolina Tar Heels uit hun beginperiode

Herontdekking en Nalatenschap

Ondanks het feit dat ze niet meer optraden bleef hun muziek invloedrijk. In 1952 verscheen “Peg and Awl” op de beroemde verzameling van Harry Smith, waarover ik eerder schreef. Dankzij deze vernieuwde belangstelling kwamen Dock Walsh en Garley Foster in 1961 weer bij elkaar. Dock Walsh’ zoon Drake werd er ook bij gehaald. Ze kwamen zelfs met een nieuw album uit. Gwen Foster heeft nooit professionele opnames meer gemaakt.

Vandaag de dag worden de Carolina Tar Heels gezien als een cruciale schakel tussen de vroege rauwe bergmuziek en de moderne countrymuziek.

The Carolina Tar Heels aan het begin van de jaren ’60

Herkomst “Tar Heel”

Nog even over de herkomst van de uitdrukking “Tar Heel”. De uitdrukking “Tar Heel” staat symbool voor de staat en de inwoners van North Carolina, wat ook wel de Tar Heel State genoemd wordt. Er zit een historische betekenis achter en het is een mooi voorbeeld van een Geuzennaam. Het is ooit begonnen als belediging voor de arbeidersklasse maar is uitgegroeid tot een nationaal symbool van trots. Het zit zo:

Al vanaf de koloniale tijd is North Carolina een belangrijke producent van teer en pek. Teer is in het Engels “tar” en pek is een restproduct na het verhitten van teer. Beide werden gebruikt voor de Britse en Amerikaanse scheepvaart. De producten lijken wat op elkaar want het zijn stroperige vloeistoffen die gebruikt werden om houten schepen en tonnen vloeistofdicht te krijgen. De producten werden gewonnen in de uitgestrekte dennenbossen van de staat.

Het werk in de bossen en destilleerderijen was zwaar, heet en ontzettend smerig. De arbeiders waren vaak arme blanke boeren, tot slaaf gemaakte zwarten en later vrije voormalig slaven. In de zomermaanden liepen ze meestal blootsvoets. Het kleverige teer lag overal over de grond en bleef dus aan hun voeten plakken. Buitenstaanders gebruikten al snel de term “Tar Heel” als een beledigende spotnaam voor deze laagste arbeidersklasse.

Ten tijde van de burgeroorlog (1861-1865) veranderde er echter wat. Soldaten uit zuidelijke staten zoals onder meer Virginia pestten de noordelijke troepen door ze als “Tar Heel” uit te schelden. De soldaten uit North Carolina wisten de betekenis echter om te draaien. Ze gaven aan dat ze vanwege dat teer aan hun voeten nooit terugweken tijdens een gevecht. Ze bleven letterlijk “aan de grond plakken” om hun linies te verdedigen. Een anekdote uit 1863 beschrijft dat soldaten uit een andere staat op de vlucht langs een bataljon North Caroliners kwamen. Die riepen hen toe dat ze wat teer op hun voeten hadden moeten smeren, zodat ze beter stand konden blijven houden.

Herdenkingsvaandel aan de Amerikaanse Burgeroorlog

Generaal Robert Lee zou destijds vol bewondering hebben uitgeroepen: “God bless the Tar Heel boys!” Vanaf dat moment werd de naam met trots gedragen.

Vandaag de dag heeft de term zijn negatieve lading volledig verloren. Als je Amerikanen nu vraagt naar een “Tar Heel”, denken ze direct aan inwoners van North Carolina of aan sportteams van de Universiteit van North Carolina want die heten The North Carolina Tar Heels.

Dit is overigens de Universiteit waar basketballegende Michael Jordan zijn carrière begon.

Muziek:

Het origineel uit 1925: Kelly Harrell – Peg And Awl

Clarence Ashley en Gwen Foster – Rising Sun Blues (6 september 1933)
De laatste commerciële opname van Gwen Foster. Tevens de eerste opgenomen versie van dit beroemd geworden lied.

Pete Seeger – Peg and Awl (1956)

1961: Clarence Ashley (zang) en Dock Watson (gitaar) – The Banks of The Ohio:

Geraadpleegde bronnen:

Mainlynorfolk.info

The Anthology Of American Folk Music (.blogspot.com)

Genius.com

Wikipedia (Engels)

Wilkes Heritage Museum

oldtimeparty.wordpress.com

dncr.nc.gov

Johnny Joosse, 13 juli 2026

Plaats een reactie